Arrogantie of amateurisme van onze machtige politici?
Eerder analyseerde ik hoe de politici in hun voorbereiding van het referendum over de EC Grondwet en vooral in de opvolging daarvan, tegenover de burgers te kort schoten (zie Kloof tussen “de politiek” en “de burgers”… het referendum over Europa. dd 26-08-07). Ik noemde dit arrogantie van de machtigen. Nu moet ik een andere, nog negatievere interpretatie, in overweging geven, namelijk lichtvaardig optimisme over wat het betrekken van burgers (de dialoog tussen politici en burgers) inhoudt. Amateurisme over meedenken en meedoen.
Het "kabinet van de dialoog" heeft gedurende een honderddagen periode een dialoog met de burgers onderhouden. Het heeft over de opbrengst hiervan aan de burgers hiervan geen verslag uitgebracht en is dit ook niet van plan. In het voortreffelijke stuk van Guido Enthoven (zie NRC/ Handelsblad 7 september jongstleden) heeft hij gesteld: "
a) dat er uit tienduizend opmerkingen en suggesties zeker enkele honderden bruikbare voorstellen te selecteren zouden zijn
b) dat rapportering van deze geselecteerde bijdragen een morele verplichting is ten aanzien van al deze actieve burgers
c) dat de premier een gros lijst van ideeën en plannen publiek moet maken, opdat de Kamer kan beoordelen hoe het Kabinet omgaat met deze op zich positief te waarderen vernieuwende aanpak.
Zou niet een kleine werkgroep van deskundigen (ondermeer met ambtenaren) met een bescheiden budget nuttig werk kunnen verrichten in een analyse van het materiaal? (ik neem aan dat er tevoren een plan van aanpak, inclusief de analyse van de inputs en de rapportering daarvan, is opgesteld!)
Als het Kabinet volhard in zijn "nee" op dergelijke suggesties blijft het beleid inzake het stimuleren van de burgers tot meedenken een bloedeloze zaak. En wordt de kloof tussen "Den Haag" en de burgers niet kleiner. Na voorafgaande zwakke manifestaties, gericht op verkleining van de kloof, een gemiste kans!
Het "kabinet van de dialoog" heeft gedurende een honderddagen periode een dialoog met de burgers onderhouden. Het heeft over de opbrengst hiervan aan de burgers hiervan geen verslag uitgebracht en is dit ook niet van plan. In het voortreffelijke stuk van Guido Enthoven (zie NRC/ Handelsblad 7 september jongstleden) heeft hij gesteld: "
a) dat er uit tienduizend opmerkingen en suggesties zeker enkele honderden bruikbare voorstellen te selecteren zouden zijn
b) dat rapportering van deze geselecteerde bijdragen een morele verplichting is ten aanzien van al deze actieve burgers
c) dat de premier een gros lijst van ideeën en plannen publiek moet maken, opdat de Kamer kan beoordelen hoe het Kabinet omgaat met deze op zich positief te waarderen vernieuwende aanpak.
Zou niet een kleine werkgroep van deskundigen (ondermeer met ambtenaren) met een bescheiden budget nuttig werk kunnen verrichten in een analyse van het materiaal? (ik neem aan dat er tevoren een plan van aanpak, inclusief de analyse van de inputs en de rapportering daarvan, is opgesteld!)
Als het Kabinet volhard in zijn "nee" op dergelijke suggesties blijft het beleid inzake het stimuleren van de burgers tot meedenken een bloedeloze zaak. En wordt de kloof tussen "Den Haag" en de burgers niet kleiner. Na voorafgaande zwakke manifestaties, gericht op verkleining van de kloof, een gemiste kans!

2 Comments:
Geachte professor Mulder,
Ik heb dinsdag 27 november 2008 een masterclass veranderkunde gevolgd. Ik heb toen kort een persoonijk woord met u gewisseld (kaal, paarse bril, sproeten).
Ik wil graag mijn persoonlijke effectiviteitspaper schrijven over de veranderbaarheid van gedrag (en attitudde) en de rol die de persoonlijkheid hierin speelt.
U heeft mij aangegeven dat de Z-factor hier een wezenlijke rol in speelt en hebt dit opgenomen in uw boek.
In hoeverre heeft u artikelen geschreven - liefst met parallel naar het dierenrijk - over de veranderbaarheid van gedrag/attitude en de relatie tot iemands persoonlijkheid/karakter?
Ik ben hier zeer in geinteresseerd en hoop dat u mij verder kunt helpen.
Alvast dank voor de genomen moeite.
Svp een antwoord geven naar pepijn.happel@nl.abnamro.com
Gr Pepijn
U beschrijft schijnluisteren. Vergroot dat niet juist de machtsafstand? Is het niet een manier om er nog eens in te wrijven dat de ander zó onbelangrijk is dat de machtige zich kan permitteren hem verder te negeren?
Macht is een relatie, zegt u altijd. Wat kan de onmachtige, de bevolking, doen om zich te verweren tegen dit machtsmisbruik? Het komt veel voor, bijvoorbeeld bij alle inspraakrondes. Daar wordt of niet gereageerd, of veel te laat, of met een afwijzende reactie zonder argumenten, met een onzinreactie dus. Het laat een gevoel van machteloze woede achter. De bevolking reageert met het gebruik van haar machtsmiddelen: door proteststemmen bij verkiezingen, door niet meer mee te doen met inspraak, door actiegroepen op te richten, door publiciteit te zoeken, de tweede kamer te benaderen. Het helpt allemaal niet.
U voert een lobby om het spel zelf op de agenda te krijgen. Hoe kunnen we u helpen?
Dank voor uw boek!
Een reactie plaatsen
<< Home