Interview uit "Tijdschrift voor mediation en conflictmanagement 2007(11) 2.
Ad Kil
Generaties sociale wetenschappers zijn ermee opgegroeid. Sociologen, sociaalpedagogen
en psychologen die opgeleid zijn in de jaren zeventig en tachtig hebben
vaak een karakteristieke reactie. De blik der herkenning, het zoeken in de herinnering
en na … enige momenten … komen de woorden: macht … gelijkmachtigheid
… overleg … conflicten … conflicthantering … opstart van de ondernemingsraden
… de uitvinder van het overleg … wellicht zelfs mede-grondlegger van het
poldermodel in de praktijk …
Niet zelden komt daarna de verzuchting over ‘dat groene, dunne boekje’. Dat
boekje was waarschijnlijk één van de eerste echte publicaties over conflicthantering.
Met in dat boekje niet de escalatieladder, maar – op een prachtig uitvouwbare
achterflap – de twintig stappen voor de-escalatie (zie pagina 11). Velen zijn
het kwijtgeraakt: verhuizing, uitgeleend; velen zouden het graag weer hebben …
Wie naar de website
1 van Mauk Mulder surft, verwacht bij de uitspraak ‘de rebelse
professor die de machtsrelaties duidt’ een jonge, net benoemde hoogleraar die
aan de weg timmert om bekendheid te verwerven. Niet een vitale 84-jarige, die
nog volop actief is, midden in de wereld staat en daarbij gebruikmaakt van alle
moderne communicatiemiddelen om zijn verhaal te vertellen. Het verhaal van
– zoals hij zelf zegt – de rebel tegen onnuttig gebruik van macht (machtsmisbruik),
van pesten tot harde terreur.
Voldoende aanleiding dus om Mauk Mulder eens op te zoeken en hem vragen te
stellen over wat hem bezighoudt. Als redactie zijn we in het bijzonder geïnteresseerd
in zijn reactie op de volgende drie vragen:
1 Was machtsdenken in relatie tot conflictmanagement in het tijdsgewricht
waarin Mulder dat op de agenda zette een moeizaam onderwerp?
2 De overheid als partij in een mediation, kan dat eigenlijk wel, gezien vanuit de
opvattingen waarmee Mauk Mulder populair werd?
3 Zijn we een beetje opgeschoten met de theorievorming de afgelopen dertig
jaar, waar staan we nu?
De oerscènes
Als opstart van het interview vertelt Mauk een drietal gebeurtenissen die vormend
zijn geweest voor zijn latere ontwikkeling en werk en daarmee voor zijn
reacties op de drie vragen.
Scène 1: De opvoedkundige tik
Een gebeurtenis die diepe indruk heeft gemaakt, is de wandeling die hij eens met
zijn vader maakte, en daarbij wat liep te ‘klieren’, zoals kinderen dat kunnen doen.
In een moment van ongeduld kreeg hij midden op straat een fikse draai om de oren
van vader. Terecht, zegt hij nu: ik had het gewoon verdiend, ik vroeg er gewoon
om. Een hele grote mannelijke voorbijganger trok zich het – vermeende – lot van
de kleine jongen aan, en begon daarop de vader vrij grof tot de orde te roepen.
De kleine Mauk begreep hier niets van. Waarom bemoeide deze man zich ermee?
Bovendien, die tik was eigenlijk gewoon terecht. Wie is hier de baas over mij, wie
denkt dat hij boven mijn vader uit kan ….
Scène 2: Vechten voor je hachje
Als jongeman was Mauk geen lieverdje. Fysiek sterk, lid van een straatbende,
sporter (voetbal, vooral waterpolo en tafeltennis), lid van verenigingen, politieke
partijen en actiegroepen, eigenlijk lid van groepen waar het ging om de macht,
om de strijd. Daar – in die realiteit – leer je wat macht is, wat tegenmacht is, wat
machtsconflicten zijn en hoe gestreden moet worden. Dat leer je niet als wetenschapper,
daar leer je iets anders. Hoe het echt is, leer je alleen in het ‘echte’. En
in dat echte is ook het echte leven, het plezier, het er met elkaar tegenaan gaan,
de impliciete waarden van kameraadschap en vijandschap. ‘Soms moet er ook
gewoon met macht ingegrepen worden.
Dit is altijd de rode draad gebleven in zijn werk als wetenschappelijk onderzoeker
en publicist en het heeft zijn werk als hoogleraar sociale psychologie en experimentele
groepenpsychologie van studenten (Universiteit Utrecht) en hoogleraar
bedrijfskunde (Erasmus Universiteit Rotterdam) in hoge mate bepaald.
De link tussen de academie en ‘het echte’ loopt als een rode draad door zijn leven:
docent en trainer van managers en ondernemers (vaak eigenaren) in midden- en
kleinbedrijf, en van centrale overheidsfunctionarissen, leiderschapsconsultant
in vele grote ondernemingen en enkele overheidsinstellingen en commissariaten
bij enkele Amerikaanse en Nederlandse ondernemingen. Met plezier en trots
verwijst hij naar zijn praktijkervaringen als Nummer Eén (‘werkend voorman’)
van twee universitaire instituten en interim-leiderschap gedurende een zestal
jaren van twee nationale organisaties in de gezondheidszorg. Zijn publicaties (een
tiental boeken en enkele honderden tijdschriftartikelen), lezingen en workshops
waren altijd gericht op thema’s als leiderschap en strategie; macht en vooral op
beïnvloeding die niet op macht is gebaseerd (het wederzijds open overleg of consultative
leadership); conflicthantering en samenwerking.
Scène 3: Lezen op het onderduikadres: Functionele Analyse versus Substantietheorie
Gedurende de oorlog was Mauk als twintigjarige 2,5 jaar ondergedoken. In die
periode worstelde hij zich, zonder begeleiding, door het werk van Kant heen. De
boeken kwamen via de plaatselijke bibliotheek. De rode draad wordt de Functionele
Analyse versus de Substantietheorie.
Vraag 1: Was conflicthantering en machtsdenken in relatie tot conflictmanagement in
de jaren zeventig en tachtig een moeizaam onderwerp?We verplaatsen ons in die tijd. De tijd van de inspraak, van verschuivende machtsverhoudingen,
van de opkomst van het overleg. De ondernemingsraad start vanuit
een – mild – conflictmodel en blijft daar lang in hangen. Er wordt gezocht
naar productieve vormen van inspraak, participatie en er wordt gezocht naar de
grenzen van machtsverhoudingen en conflicten. Vandaag de dag zijn vergadertechnieken,
besluitvormingsmodellen en cursussen medezeggenschap de trends,
in plaats van leren omgaan met fundamentele zaken zoals machtsdrijfveren.
Mauk Mulder stelt dat ook wetenschappers op zoek zijn naar een radicaal omslagpunt,
een acute crisis, alsof vanuit ‘niets’ plotsklaps ‘iets’ ontstaat.
Bijvoorbeeld: wat heeft ertoe geleid dat de jongeman een moordenaar werd: is hij
door een vrouw afgewezen? Botste hij met zijn vader? Maar de lange aanloop van
kleine ergernissen, van onbegrepen, wel gevoelde bejegeningen, naar de (vulkanische)
uitbarsting blijft onderbelicht; de ‘bevorderende’ voorwaarden worden niet
geanalyseerd.
Zelfs al zijn er kritieke omslagpunten te signaleren, dan nog dienen die gebeurtenissen
niet geïsoleerd van hun tijd en context gezien te worden. Conflicten en vragen
over de verdeling van en het omgaan met de macht, en in het bijzonder over
die relatie waren er. Ze zijn niet uitgevonden door de wetenschap, maar werden in
het consultancywerk gewoon aangetroffen.
Na zijn promotie over
Groepsstructuur, Motivatie en Prestatie waarin hij groepsstructuren
en individuele gedragingen in één kader integreerde, ‘rolde’ Mauk
Mulder als vanzelf ook het advieswerk in, en – het ligt voor de hand – ook in dat
onderwerp. De wetenschap vertalen naar de praktijk, en de praktijk vertalen naar
de wetenschap wordt gematerialiseerd door zijn werk in beide ‘werelden’. We zien
dat mooi uitgedrukt in een van zijn eerste publicaties:
Conflicthantering. Theorie
en praktijk in organisaties (1978). Kort daarna – 1980 – verscheen het begeerlijke
‘groene’ boekje:
Conflicthantering, en enkele jaren daarna (1984) zijn bekende
Omgaan met Macht. Ons gedrag met en tegen elkaar.
Dat laatste werk gaf het conceptuele kader en de taalelementen over machtsverhoudingen
die hun waarde nog steeds hebben, waarbij hij geïnspireerd werd
door de Duitse socioloog Weber en de Amerikaanse sociaalpsychologen French
en Raven. Mulder stelt dat macht altijd een machtsrelatie is. Mulder stelt: ‘Macht
kan gedefinieerd worden als het – tot op zekere hoogte – kunnen bepalen van of
richting geven aan het gedrag van een ander of anderen, en wel meer dan omgekeerd
het geval is.’ Een aantal grondslagen (factoren) van een dergelijke machts-
relatie zijn met een specifiek ontwikkeld meetinstrument (de Interactie Analyse
Questionaire – IAQ) te bepalen.
2 Dat wil zeggen dat van de machtsrelatie de factoren
1, 2, 3 en 4 te meten zijn. Factor 5 is de non-macht invloedsrelatie en de
enige waarin overleg mogelijk is. Factoren 6 en 7 geven de richting van de invloed
weer, en factor 8 drukt niet-machtverhouding uit (zoals bij expertmacht), maar
de mate van vakbekwaamheid, dat vaak niet vergeleken kan worden, maar wel
een rol speelt in de persoonlijke reputatie. In schema:
type relatie vormmachtsrelatie factor 1: sanctiemacht
factor 2: formele macht (positie- of legitieme macht)
factor 3: modelmacht (of referentie-, identificatiemacht)
factor 4: expertmacht (deskundigheidsmacht)
niet-macht factor 5: wederzijds open overleg (overtuigingsrelatie)
richting buiten eigen groep of factor 6: invloed naar boven
eenheid factor 7: invloed naar buiten
factor 8: vakbekwaamheid
Mulder definieert macht als een relatie van ongelijkheid, tussen meer- en
mindermachtige(n). De machtige kan straff en/belonen, heeft een formele positie,
kan een voorbeeldfunctie hebben, weet en/of kan meer.
Steeds pleit Mulder voor verkleining van onnuttige machtsverschillen en voor het
hanteren van het door hem zogenoemde wederzijds open overleg. Dit Wederzijds
Open Overleg is gedefinieerd als: het gezamenlijk zoeken naar een oplossing van
een probleem waarin ieder aan de inbreng van de ander(en) net zoveel gewicht
geeft als aan de eigen inbreng. In zijn recente werk
De logica van de macht
3 komen
alle lijnen van zijn werk bij elkaar.
We zien de invloed van dit denken op onder andere het inrichten van het systeem
van de ondernemingsraad waar Mauk Mulder indertijd – samen met de hoogleraar
Slagter – intensief bij betrokken was. Zonder daar specifiek op in te gaan, gaat het
bijvoorbeeld over verschillende soorten van interactie waarin de verhoudingen
geregeld zijn: overleggen, adviesrecht, instemmingsrecht, voorstellen kunnen
doen. Bepaalde verhoudingen daarvan zijn wettelijk een zuivere machtsrelatie,
andere verhoudingen zijn wettelijk zuivere niet-machtrelaties. De verhouding
tussen deze twee ‘relatievormen’ maakt het ondernemingsraadwerk niet altijd
eenvoudig. Enkel al aan de hand van deze verhouding kunnen ontwikkelingen
van de ondernemingsraad historisch goed beschreven worden. Interessant is dat
Mauk Mulder pertinent stelt dat ondernemingsraden in het algemeen veel te weinig
gebruikmaken van de wettelijke mogelijkheden. Het is volgens hem goed het
ondernemingsraadwerk precies zo te doen zoals het wettelijk kan, mag en moet.
Dat betekent – in zijn woorden – open overleggen waar het moet, en dat dan ook
doen, en macht tegenover macht zetten waar dit onvermijdelijk en nuttig is.
De verwevenheid van macht en conflict in de jaren zeventig en tachtig heeft naast
goede instrumenten voor overleg ook veel diffusie opgeleverd. Denken over conflicten was vooral ook denken in termen van conflicten tussen grote groepen: de
directie/eigenaar versus de werknemers, de bestuurder tegenover de student, de
overheid tegenover de burger.
Twintig stappen voor de-escalatie
Ingrepen in Conflicten (1978)Ingreep 1 verminderen van interdependentie, afstand creëren tussen partijen
Ingreep 2 verminderen van tegengestelde belangen
Ingreep 3 verduidelijken, ontdekken, respectievelijk creëren van overkoepelende
belang(en)
Ingreep 4 verkleinen van extreme machtsverschillen
Ingreep 5 verkleinen van beperkte machtsverschillen
Ingreep 6 verminderen van botte, negatieve sanctiemacht, van blinde formele macht
en van overtrokken referentierelaties
Ingreep 7 met open argumentatie het conflict bespreken (confrontatiemodel)
Ingreep 8 (doen) aanvaarden van bepaalde verschillen in macht
Ingreep 9 onderhandelen
Ingreep 10 tot stand brengen en onderhouden van effectieve informatie-uitwisseling
Ingreep 11 toepassen van organisatorische systematieken, zoals langetermijnplanning,
management-informatiesystemen, taken en bevoegdhedensystematieken
e.d. en ook beroeps- en bemiddelingsprocedures
Ingreep 12 verminderen van tijdsdruk
Ingreep 13 verminderen van publiekelijk karakter van een conflict
Ingreep 14 veranderen van de relatie van vertegenwoordigers met hun achterban
Ingreep 15 het inschakelen van onafhankelijke derden; conflictconferenties met
begeleiders
Ingreep 16 terugdringen van affecten, ontpersonaliseren, sectorbeperking
Ingreep 17 inspelen op psychologische (indivduele groeps)factoren
Ingreep 18 opvoeren van realiteitsbesef, vooral in een langetermijn-perspectief;
voltrekken van situatieanalyse
Ingreep 19 beïnvloeden van normen en waarden
Ingreep 20 …
Macht en conflictoplossing
Volgens Mauk Mulder worden langdurige conflicten uiteindelijk altijd machtsconflicten. Het lastige daarbij is dat, als de machtige onverkort vasthoudt aan
zijn machtattitude, macht uiteindelijk alleen gebroken kan worden door macht.
Er blijft ook altijd een groot verschil tussen expertmacht (als exponent van ongelijkmachtige) en wederzijds open overleg. Veelal bedenkt of accepteert de expertmachtige
wederzijds open overleg. Daar zitten wel een aantal structurele haken
en ogen aan.
Macroanalyses over macht zijn vaak gebaseerd op de denkschema’s van macht in het
klein. Maar in het kleine, bij de mindermachtige en nogal eens in de lagere sociale
klasse, is veel meer effectieve ervaring in het voeren van een machtsstrijd dan bij
de academische top. Om met Galanter te spreken: wie is eigenlijk de Repeat Player
en wie de One-shotter [AJK]. Omdat de meermachtige slechts een oppervlakkige,
instrumentele ervaring met macht heeft (en bijvoorbeeld zelden lid is geweest van
een straatbende), is zijn kijk op ‘het echte leven’ vervalst door die ervaring met
macht. De – wellicht zelfs niet-bewuste – attitude (‘ik heb de macht’) verhindert nu
juist het zicht op de machtsverhoudingen. Mindermachtigen kijken op een manier
die machtigen niet kunnen en kennen. Als mindermachtige, als minderheid, leer
je beter met macht om te gaan, ontwikkel je concepten en strategieën die in de
praktijk werken. Mauk Mulder voorspelt vanuit deze redenering dat minderheden
in Nederland zich op dit aspect veel sneller zullen ontwikkelen dan beleidsmakers
zich nu realiseren, hetgeen tot botsingen zal leiden die met formele macht, expertmacht
of sanctiemacht niet eenvoudig aangepakt zullen kunnen worden.
Vraag 2: De overheid als partij in een mediation, kan dat eigenlijk wel?
Hoe kunnen we aankijken tegen een overheid die als ‘meermachtige’ mediation
tussen overheid en burger propageert? Een poging van de interviewer Mauk uit
de tent te lokken met opmerkingen als:
• Is dat niet de supermanipulatie van de meermachtige?
• Is dat niet de oude repressieve tolerantie van de overheid?
• Is het niet een eenvoudige kostenreductie?
• Is het een nep-gelijkmachtigheid?
• Is mediation niet gewoon een pseudo-overleg?
worden door hem resoluut van de hand gewezen.
Dat is de onzuivere machtdiscussie, dat is niet het echte leven. De overheid is
een abstractie. Denk aan de specifi eke ambtenaar, denk aan de specifi eke burger,
denk aan het specifi eke probleem: die/dat bepaalt de relatie, die/dat bepaalt het
confl ict. Spreek niet over de overheid, want dan gebeurt er niets. Onderstreep dat
het van belang is dat al die specifi eke ambtenaren en al die burgers weet hebben
van methodes als mediation.
Mauk Mulder vertelt dat hij al sinds de jaren zeventig heel veel goede ervaringen
met het oplossen van confl icten tussen meer- en mindermachtigen heeft gehad.
Hij stelt dat hij daarbij dan altijd een aantal strikte regels hanteerde, die werkelijk
zo uit het
Handboek Mediation zouden kunnen komen. We noteren onder andere:
1 Niemand mag beroep doen op andere bronnen of expertmacht.
2 Alles wordt ter plaatse gezegd.
3 Formele machtsverschillen worden buiten werking gesteld (gedurende de sessies).
4 Alles wordt zo kort mogelijk uitgelegd (geen monologen).
5 Er wordt nooit evaluerend ingehaakt op opmerkingen van de ander; alle opmerkingen
dienen ter inspiratie op zoek naar een oplossing.
6 De mening van de ander wordt juist door iedereen versterkt; er wordt meegedacht.
7 Plannen en mogelijke oplossingen worden door iedereen verdedigd en niet
aangevallen.
8 Ieder dient de ander positief te ondersteunen bij het zoeken naar de oplossing.
Mauk Mulder pleit ervoor dat niet alleen de burger maar ook de ambtenaar
gebruikmaakt van het
recht op mediation! ‘De overheid’ heeft als taak het gebruik
van mediation (en andere vormen van confl ictoplossingen) bij allen te stimuleren.
Voorlichting en drempelverlaging zijn een taak van de overheid, maar hij voegt
eraan toe – op typische mulderiaanse wijze – de mindermachtigen zijn wel medeverantwoordelijk als mediation tussen de ambtenaar en de burger incidenteel én
structureel niet van de grond komt. Empowerment vindt hij gewoon ‘gezeur’, de
mindermachtige moet empowerment afdwingen, en niet wachten tot inspraak of
iets dergelijks van de kar valt (van de manager, van de ambtenaar, van de organisatie,
van de overheid).
Vraag 3: Zijn we een beetje opgeschoten met de theorievorming de afgelopen dertig jaar,
waar staan we nu?Er is veel interesse bij individuele psychologen en arbeids- en organisatiepsychologen
voor confl icten. Dat geeft vaak meer verwarring dan dat het inzicht
verschaft. Mulder noemt op dit punt de methodestrijd als voorbeeld: de gedragswetenschapper
moet observaties blijven doen, contact houden met het ‘normale’.
Onderzoek over confl icten in organisaties is momenteel vooral erg kwantitatief
(surveys). Dat is gemakkelijk, vragenlijstjes, een net weer andere variabele dan
de bekende, alles in SPSS, en hupsakee. Het kan natuurlijk meerwaarde hebben,
namelijk een wetenschappelijk beter inzicht, maar de eenzijdigheid en het automatisme
van deze methode bevalt hem niet. Ook bij de kwaliteit van veel confl ictonderzoek
zet hij vraagtekens. Een probleem is dat onderzoekers veel te weinig in
het echte leven van de organisatie komen. Dat ze niet dezelfde koffi e drinken als
de onderzochten, niet in dezelfde rij staan. Kortom, een warm pleidooi voor kwalitatief
veldonderzoek. Kijken en de confl ictlucht opsnuiven. Daarmee sluit Mauk
aan bij de – hier populair weergegeven – opvatting van Lewin:
Er gaat niets boven
een goede theorie, maar om die te ontwikkelen heb je de praktijk wel nodig!Het gevaar bestaat dat confl icttheorie te veel substantietheorie wordt. Het wemelt
van de indeling in soorten, in mechanismen, wetmatigheden, handige indelingen
en lijstjes. Maar dergelijke theorie ontneemt nu juist het zicht op de werkelijk-
heid. Omdat ze zo mooi abstract gemaakt zijn, in voor de academicus en professional
begrijpelijke taal, benemen ze het zicht op de werkelijkheid. Het gevaar
schuilt in de verleidelijkheid van de eenvoud, het geordende, het overzichtelijke.
De
substantietheorie versus de
functionele analyse komt zo scherp naar voren. We
lopen het gevaar dat zo de theorie over het ‘ding-op-zich’ de theorie over ‘alles’
wordt. Voor je het weet, worden systeemtheorie, communicatietheorie, sociale
identiteitstheorie, om maar enkele voorbeelden te noemen (die op zich ook last
hebben van dit mechanisme), confl icttheorie. En als we op grond daarvan oplossingen
gaan bedenken en construeren, dan zitten we snel in de problemen. Dat
gevaar dreigt ook voor mediation. Omdat het relatief nieuw is, dreigt het eclectisch
te worden met het wellicht onvermijdelijke gevolg dat het straks alleen nog
een substantietheorie wordt [hoewel we met termen als ‘beleidsmediation’ of
‘oplossingsgerichte mediation’ wellicht al zover zijn, AJK].
Op dit punt aangekomen, neemt Mauk Mulder een apert standpunt in. Juristen
mogen in zijn opvatting
nooit ontwerpers van confl ictoplossingen worden. Vanuit
een te respecteren positie is het juridisch denken niet gericht op het ontstaan
van confl icten, maar op onderscheiden en defi niëren van uitgebroken confl icten,
en in die zin wakkert het het confl ictdenken aan. Maatschappelijk zien we een
totale juridisering van de samenleving op alle domeinen. Het rechtsbedrijf is een
fl orerende business, het aantal advocaten en procedures groeit exponentieel. Als
juristen betrokken zijn bij het ontwerpen van oplossingen zal die oplossing altijd
een juridisering inhouden en in-zichzelf contraproductief zijn. De stelling van
Mauk Mulder is: Goed leiderschap is proactieve confl icthantering!
Oplossingen moeten bedacht worden door sociale wetenschappers. Die moeten
voorlopen, die dienen ontwerpen te maken en te analyseren en te toetsen of het
kan. De juridisch discipline dient de functie van ‘naloper’ te hebben. Te controleren
of het
mag.
Hoe komt het dat de sociaalwetenschapper een verschijnsel heel anders waarneemt
dan de jurist en vice versa? Een interessante vraag is bijvoorbeeld: zou
de juridisch ontwerper van een confl ictoplossing(smethode) ooit op de gedachte
kunnen komen dat een organisatie ‘loyale rebellen’ nodig heeft. Waarschijnlijk
niet. Het ligt meer in de rede dat de sociaalwetenschapper dat bedenkt. Waarschijnlijk
begint de jurist direct met het ontwerpen van een klokkenluiderregeling.
En hoe zinvol die ook zou kunnen zijn, je bouwt er echt geen organisatie mee
op! De rolverwarring wordt compleet als de sociaalwetenschapper zich ook nog
gaat bedienen van juridische taal …
Mauk Mulder pleit ervoor dat iedereen doet waarin hij goed is: er zijn nu eenmaal
ontwerpers en controleurs. In die zin wijst hij ook op de verantwoordelijkheid
van de sociaalwetenschapper: maak die kennis en publicaties beter toegankelijk,
zorg dat er iets mee gebeurt. De constatering, de diagnose is nooit genoeg. De
boodschap komt niet automatisch goed over, daar is meer voor nodig. Je hebt de
kennis, zet hem dan ook in!
Refl ectie van de interviewer
Ik kijk nog even terug op wat er terechtgekomen is van de vragen. Machtsdenken
in relatie tot confl ictmanagement was in de jaren zeventig en tachtig inderdaad
wellicht een moeizaam onderwerp, maar het waren ook de onderwerpen waar in
de theorie en in de praktijk dringend antwoorden op gevonden moest worden.
Het lag voor het oprapen en Mauk Mulder raapte het op.
De discussie over de overheid als partij in een mediation is de foute ingang. De
ingang moet zijn dat burger en ambtenaar gebruik dienen te maken van het
recht
op mediation. De overheid, de ambtenaar en de burger zijn verantwoordelijk voor
het succes ervan. De vraag of we de afgelopen dertig jaar een beetje opgeschoten
zijn met theorievorming levert op dat we wellicht te gemakkelijk kwantitatief
onderzoek doen en het kwalitatief veldonderzoek veronachtzamen. Dat zou wel
eens noodzakelijk kunnen zijn om betere oplossingen te bouwen, want dat kan
niet aan de juristen worden overgelaten, volgens Mauk Mulder.
Rest nog het vraagstuk van de oerscènes. Leverden zij
de rebelse professor die de
machtsrelaties duidt op? Die definitie lijkt wel te kloppen! Stof geven tot nadenken:
dat is de functie van de loyale rebel. Niet bang om een tik te krijgen, niet bang om
er een uit te delen. Niet bang zijn om een loyale rebel te worden; liefst samen met
anderen.
1) Zie en binnenkort .2) Mulder, M., Omgaan met macht. Ons gedrag met en tegen elkaar, Amsterdam: Elsevier 1984.3) Mulder, M., De logica van de macht, Schiedam: Scriptum 2005.